| Het begin Het was nog vroeg in de morgen, toen Michel de glazen achterdeur van zijn woning met vaste hand opendeed. Eens buiten, ademde hij met forse teugen de buitenlucht diep in. Keek zijn grootse tuin met enorm grasveld eens in en rond, waar hij tot zijn voldoening zag dat er toch geen grote schade bleek te zijn veroorzaakt door de sterke rukwinden die hij die nacht had gehoord. Ja windkracht 7 bijna 9 op land, dat was geen klein windje zoals je dagelijks meemaakt, maar toen hij dit weerbericht gehoord had overviel hem toch de vrees voor zijn grote mooie volière met zijn talrijke sierlijke tropische vogels. Maar hij had die nacht gebeden en telkens wanneer hij de vrees had voelen opkomen, wuifde hij die akelige gedachten ver van hem weg, waarna hij zijn ziel tot vertrouwen in God en tot rust riep. Ja in zijn herinnering hoorde hij nog steeds de waarschuwende woorden die hij gisteren namiddag op tv had gehoord. Maar hij sloeg er geen acht meer op, omdat hij met zekerheid had geweten dat Zijn Vader dit alles in Zijn hand had. Ja in wijsheid had hij gereageerd, want hij was na de waarschuwing en zijn gebed naar buiten gegaan waar hij hun kooi extra goed met heel dikke plastic had afgeschermd. Waarbij hij deze met stevige latten had vastgehecht. En het geheel met dikke ijzeren staven heel diep in de grond had verankerd. Maar terwijl hij gisterenavond zo was bezig geweest overviel hem toch die rare angst. En met vertwijfelt hart keek hij er langdurig naartoe. Tja die kersenboom die er vlakbij stond, hij was halfvermolmd, " Voor u om te leggen is het nu wat te laat makker, maar eens ga je tegen de grond, ik hoop alleen dat het niet deze nacht gaat gebeuren." Ja die boom die zo vlak voor zijn volière stond, die baarde hem toch wat zorgen. Dat die er door zijn ouderdom en de vroege voorjaarstormen van de laatste jaren er nog zo bijstond? "Ach Vader jij weet het, en dat is mij genoeg." Zei hij luidop. De wind was ondertussen al aardig in de kruin fel beginnen te waaien, ja die boom had de laatste jaren fel weerstand geboden, maar nu zag hij, dat deze er nog maar wankelend bijstond. " Zou je het ook dit keer halen?" Hij bekeek hem nog eens en vroeg zich in het voorbijgaan af. "Eigenlijk verdiend je het meer dan ik, jij houd stand terwijl ik... nee je verdiend beter, een van deze dagen ga ik u eens ernstig kortwieken. En als je dan nog geen vrucht draagt, dan kan ik u alsnog omleggen. Ja dan ben je nog goed voor de openhaard. Laat me je nog eens goed bekijken, ja er zijn aan u veel te veel dode takken. Morgen kom je aan de beurt." Maar nu was hij blij, gelukkig want alles was nog goed gegaan, er lagen wel her en der kleine en middelgrote dorre takken, maar voor de volière lag er een grote op de grond die afgebroken was. En met een blik naar boven en met een tevreden glimlachje op zijn gezicht knikte hij. " Ja, ‘t is weer dank zij u hé Vader? Gelukkig houd U de vier winden in Uw hand. Het is vannacht nog prima gegaan, kijk eens, het resultaat: weinig of geen schade, een beetje harken en klaar is Michel." Met rasse schreden en vaste tred liep hij verder terwijl het vroege warme zonlicht op z’n breedgeschouderde gestalte scheen. Waar hij stil hield voor een muurtje met een oude waterpomp en een zinken teil gevuld met water. Glimlachend keek hij naar de veranda waar hij meende iemand gezien te hebben. Stak zijn hand voorzichtig in de teil en lachte stiekum : " Ach die vrouwen ook met hun warm water!" En terwijl hij goedkeurend knikte, deed hij alsof ’t water ijskoud was. Bukte zich heimelijk en stak in een beweging zijn hoofd er helemaal in, waarna hij van ‘t lage muurtje het stukje zeep nam en zijn gelaat zijn armen en bovenlichaam insmeerde, waarna hij dit met gesloten ogen teruglegde. Met beide handen spoelde hij de zeep weer van zijn gelaat, hief het bassin op en goot de inhoud ervan geheel over zijn hoofd, terwijl hij de hele omgeving nat maakte. Maar blijkbaar was het nog niet voldoende, stak zijn hoofd nogmaals onder de pomp en spoelde zich nog eens af. Over zijn onderkleding maakte hij zich geheel geen zorgen, hij was het reeds lang gewoon zich zo te wassen, al van toen hij nog een kleine peuter was! En dat hij daar nu haast half naakt stond, daar maakte hij zich hoegenaamd ook geen zorgen over. De naaste buren woonden een heel stuk van hem af. Tenslotte, er was slechts één weg naar hun huis, en de tuin was toch omringd met een hoge dichte haag van meer dan twee meter! Ze zouden al heel groot of hoog moeten wonen, en met een verrekijker moeten kunnen zien als ze hem zouden willen beloeren, en wie doet nu zoiets zo vroeg en dagelijks rond 5.30 uur? Nee hij woonde op een rustige omgeving. Maar ongemerkt en geruisloos was er achter zijn rug iemand verschenen in de glazen deuropening, het was een mooie slanke vrouw met sierlijk lang en goed verzorgde bruine haren en een gezicht dat verried, dat ze wist wat ze wilde. Ja, haar lachte het leven blijkbaar toe. Met kloppend hart zag ze hem staan, en met een sluw gezichtje wat onraad verborg naderde ze hem voorzichtig langs achteren, het verried dat ze dit reeds al zo vaak had willen doen, doch ditmaal met nog meer onheilspellender gedachten dan ervoor. lees verder op het prikbord Boek. 2 van detuinman |